Er gaat een studie lopen in het Sophia Kinderziekenhuis, in samenwerking met het Wilhelmina kinderziekenhuis, naar het effect van mTOR remmende medicatie op ernstige epilepsie bij jonge kinderen met TSC.
Sinds bekend is geworden wat de genen betrokken bij TSC doen, wordt er gewerkt aan medicijnen die de functie van die genen deels over kunnen nemen.
Bij TSC patiënten werkt het TSC1/TSC2 eiwit complex niet goed. Dit eiwitcomplex zorgt in de normale situatie voor het reguleren van het mTOR complex. Dit mTOR complex zorgt voor celgroei en differentiatie. Bij TSC patiënten werkt het mTOR complex te hard. Hierdoor kunnen cellen te snel groeien of delen, zoals bijvoorbeeld in de nieren. Ook in de hersenen groeien sommige hersencellen niet goed uit en vormen tubers. De hersencellen kunnen zich ook moeilijker aanpassen aan hun omgeving en communiceren met elkaar (differentiatie en plasticiteit). Door de tubers en communicatieproblemen in de hersenen ontstaat vaak epilepsie. Er bestaan medicijnen die het mTOR complex remmen. Bij muizen hebben deze medicijnen een gunstig effect op de klachten.
Er zijn nu twee studies gedaan die laten zien dat deze medicijnen een gunstig effect hebben op de tumoren die bij TSC kunnen optreden. Er is een internationale studie gedaan bij patiënten met een angiomyolipoom van de nieren en er is een internationale studie gedaan bij patiënten met een reuscelastrocytoom (SEGA) van de hersenen. In beide studies is gebleken dat de tumoren krimpen onder de behandeling.
Bij kinderen met TSC zijn de grootste problemen meestal de ontwikkelingsachterstand en/of de epilepsie. We willen heel graag weten of mTOR remmers hier ook een gunstig effect op zouden kunnen hebben.
Aanwijzingen dat deze medicijnen gunstig kunnen werken zijn:
1) als je ze vroeg geeft bij jonge muizen met TSC kunnen ze epilepsie verminderen/genezen en kunnen de muizen beter leren en maken ook beter contact met andere muizen.
2) in de studies die gedaan zijn bij de patiënten met tumoren is niet speciaal gekeken naar epilepsie, maar er lijkt mogelijk wel een gunstig effect te zijn. Er is in elk geval geen negatief effect gerapporteerd.
Waarom weten we dan nog niet zeker dat het werkt?
1) In een muismodel kun je veel onderzoeken, maar mensen reageren niet op alles hetzelfde als muizen.
2) Als je al ouder bent, kun je sommige dingen misschien niet meer leren. Schade door epilepsie kunnen we mogelijk niet meer ongedaan maken.Er zijn dus voldoende aanwijzingen dat de medicijnen kunnen werken bij kinderen om hier onderzoek naar te gaan doen. Zonder goed onderzoek kunnen we het antwoord niet vinden.
Er gaat nu een studie lopen in het Sophia Kinderziekenhuis, in samenwerking met het Wilhelmina kinderziekenhuis, naar het effect op ernstige epilepsie van mTOR remmende medicatie bij jonge kinderen met TSC. Het medicijn dat gegeven gaat worden heet rapamycine. Deze studie wordt gefinancierd door het Nationaal Epilepsie Fonds. De medisch ethische toetsingscommissie van het Erasmus MC heeft toestemming gegeven voor het onderzoek.
Voor deze studie zoeken we 30 jonge kinderen met TSC en moeilijk behandelbare epilepsie (3 maanden tot 11 jaar oud). Moeilijk behandelbare epilepsie betekent dat zij ondanks het proberen van meerdere anti-epileptica niet aanvalsvrij zijn en nog tenminste wekelijks aanvallen hebben.
Omdat we nog niet weten of het studiemedicijn goed werkt, willen we het alleen geven aan kinderen die ook medicijnen tegen epilepsie krijgen/kregen, waarvan bekend is dat deze vaak een gunstig effect hebben op epilepsie (anti-epileptica).
In deze studie krijgen alle kinderen het medicijn, maar wordt er geloot om het tijdstip waarop gestart wordt (direct of na 6 maanden). Dat wil zeggen dat u niet van tevoren weet wanneer uw kind het medicijn krijgt, maar na de loting weet u dat wel. We beseffen dat het niet altijd gemakkelijk is om een loting te accepteren, maar we vinden dat we het verplicht zijn aan alle kinderen met TSC om een goede studie te doen.
Net als andere medicijnen kunnen de studiemedicijnen ook bijwerkingen hebben. Als uw kind meedoet met de studie, zal hij of zij dan ook nauwkeurig gecontroleerd worden.
Wat zijn de voordelen van meedoen aan de studie?
Er is een goede kans dat dit medicijn de epilepsie ten gevolge van TSC zou kunnen verbeteren. Dat zou geweldig zijn, voor de deelnemers aan de studie, maar ook voor alle andere kinderen wereldwijd met TSC.
Wat zijn de nadelen van meedoen aan de studie?
We proberen de belasting van ouders en kind te beperken, maar als u meedoet zal dat zeker een tijdsinvestering van u vergen. U moet tijdens de studieperiode een aantal keer naar het Sophia kinderziekenhuis komen voor controle en er worden extra onderzoeken gedaan (o.a. EEG, bloedonderzoek). Tijdens het onderzoek vragen we u bij te houden hoeveel aanvallen uw kind heeft. Er wordt extra goed naar de ontwikkeling van uw kind gekeken en van alle onderzoeken krijgt u ook aan het eind van de studie alle uitslagen. We hebben een bedrag gereserveerd om te kunnen helpen in de reiskostenvergoeding voor de deelnemers, maar dat compenseert natuurlijk niet uw tijd.
Als het medicijn werkt, kan mijn kind het dan blijven gebruiken?
Dit medicijn is nog niet beschikbaar om buiten studieverband te gebruiken en wordt dan ook niet vergoed. Als uw kind meedoet, krijgt hij of zij in de studie 6 maanden studiemedicatie. Aan het eind van de studie analyseren we of het heeft gewerkt voor de hele groep en of het heeft gewerkt voor uw kind. Wanneer uit de analyse blijkt dat het inderdaad werkt, dan zullen een we een open vervolgstudie organiseren. Daarbij zullen de kinderen uit de studie die willen meedoen als eerste in aanmerking komen voor het open vervolgonderzoek
Hoe kan ik meer informatie krijgen en aan wie kan ik vragen stellen?
Als u wilt weten of uw kind in aanmerking komt voor deelname kunt u overleggen met dr. Jansen in Utrecht of dr. de Wit in Rotterdam. Met vragen kunt u per email terecht bij tubereuzesclerose@erasmusmc.nl. We sturen u dan desgewenst meer informatie toe.